Ik ben geslaagd voor mijn rijbewijs! Hoe nu verder?
Als je bent geslaagd, krijg je een registratie in het rijbewijs register. De Verklaring van rijvaardigheid is een half jaar geldig, de Verklaring van geschiktheid een jaar.
Via deze registratie, twee pasfoto’s en het vereiste geld kun je bij het gemeentehuis in je woonplaats je rijbewijs verkrijgen.
Om bij de gemeente voor het rijbewijs in aanmerking te komen, moet je op het moment van aanvraag in Nederland wonen en in het jaar daarvóór minstens 185 dagen in Nederland hebben gewoond.
Je mag pas gaan rijden als je je rijbewijs in het bezit hebt!
Het beginnersrijbewijs is relatief nieuw in Nederland. De maatregel beginnende bestuurder is sinds 30 maart 2002 van kracht. Deze maatregel is ingevoerd om het aantal ongelukken onder beginnende bestuurders te verminderen.
In verhouding vallen de meeste verkeersslachtoffers in de leeftijdsgroep van 16 tot 24 jaar. De maatregel houdt in dat van zware overtredingen een aantekening wordt gemaakt. De overtredingen worden geregistreerd bij het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie.
Na drie zware overtredingen binnen vijf jaar wordt het rijbewijs geschorst en er volgt een onderzoek. De bestuurder moet een rijproef en een theorieproef bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) afleggen. Als hij of zij voor een van de twee of beide proeven zakt, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en moet het rijexamen opnieuw afgelegd worden.
De in de regeling genoemde overtredingen zijn:
- veroorzaken van gevaar of hinder in het verkeer (art. 5 WVW)
- veroorzaken van een ongeval met dodelijk gevolg of zwaar letsel (art.6 WVW)
- bumperkleven (art. 9 RVV)
- ernstige snelheidsovertredingen (meer dan 30 km/uur (40 op autosnelweg) te hard) (art. 20, 21 en 22 RVV)
- veroorzaken van materiële of immateriële schade door onjuiste naleving van de verkeersregels (RVV)
Elke overtreding moet persoonlijk zijn geconstateerd door een agent, die de bestuurder staande moet houden. Het signaleren van een overtreding op kenteken is niet genoeg, want daarbij bestaat de kans dat een ander dan de beginnende bestuurder achter het stuur zat. De maatregel beginnende bestuurders geldt voor alle rijbewijzen, van motor tot vrachtwagen. Het omzetten van het tijdelijke naar het permanente rijbewijs gebeurt na vijf jaar automatisch.
Vanaf 1 januari 2006 gelden er strengere regels voor alcohol in het verkeer. En de kans is groot dat die regels ook voor jou gelden. De nieuwe alcohollimiet van 0,2% is er voor alle brom- en snorfietsers tot 24 jaar. En voor iedereen die z’n rijbewijs heeft vanaf 30 maart 2002 of het nog gaat halen.
De 0,2% limiet geldt de eerste vijf jaar nadat je je rijbewijs hebt ontvangen. Kort gezegd komt de nieuwe regel op het volgende neer: Méér dan 0,2% alcohol? Niet meer rijden!
Hieronder staan een aantal veelgestelde vragen en hun antwoorden.
Weinig, heel weinig. Maar hóe weinig precies, dat is moeilijk te zeggen, omdat alcohol bij iedereen anders valt. Je lichaamsgewicht speelt een rol. En in het ene drankje zit meer alcohol dan in het andere. Of je man of vrouw bent, telt soms ook mee. De beste tip die we je daarom kunnen geven is: drink gewoon geen alcohol, als je nog moet rijden. Dan blijf je altijd aan de veilige kant van de streep.
Het antwoord is helder: de strengere alcohollimiet geldt voor jongere en minder ervaren bestuurders, omdat juist díe groep een hoge kans heeft op een ongeluk. Dat werpt natuurlijk de vraag op wanneer iemand een ervaren bestuurder mag worden genoemd. Die grens is gebaseerd op cijfers en onderzoek. Daaruit blijkt simpelweg dat jongere en minder ervaren bestuurders al bij een alcoholpromillage vanaf 0,2% sneller een gevaar op de weg kunnen zijn.
Doel van de nieuwe regels is om de combinatie van drinken en rijden tegen te gaan. Want die combinatie is en blijft levensgevaarlijk. Je zou denken: waarom dan niet gewoon 0,0%? Daar is uitgebreid naar gekeken, maar het bleek niet te kunnen. Bijvoorbeeld omdat je door het eten van zoetigheid al kleine hoeveelheden alcohol in je bloed kan krijgen. Daarom is de grens gelegd bij die 0,2%. Maar eigenlijk betekent het gewoon: niet drinken, als je nog de weg op moet.
Alcohol maakt overmoedig. Je denkt dat je alles aankunt, zeker zoiets ‘alledaags’ als auto of brommer rijden. Toch blijkt alcohol veel meer invloed op je rijgedrag te hebben dan je zou denken. En het vervelende is: als alcohol eenmaal in je bloed zit, gaat het er niet snel weer uit. Ook niet met een snel broodje shoarma na een avondje stappen. Of met sterke koffie aan het eind van het feest. En trouwens ook niet met overgeven.
Ondanks alle voorlichting en politiecontroles, stappen nog steeds te veel mensen met alcohol op achter het stuur. Het gevolg is, dat elke week onnodig slachtoffers vallen. Vaak jonge mensen in de bloei van hun leven. Om precies te zijn: van de 250 doden en 3500 zwaargewonden per jaar door alcohol in het verkeer, is ongeveer een kwart jonger dan 24 jaar.
Dan ben je natuurlijk niet slim bezig. Want je zet je eigen veiligheid én die van anderen op het spel. Bovendien riskeer je een stevige boete. Blaas je meer dan 0,2%, dan moet je ter plekke je autosleutels inleveren, want verder rijden mag niet meer.
Als je bent betrokken bij een ongeluk, dan wordt het nog veel vervelender. Denk daarbij aan het kwijtraken van je rijbewijs. En zelfs aan forse cel- of werkstraffen. Word je gepakt met meer dan 0,8% alcohol in je bloed, dan volgt een verplichte EMA-cursus (Educatieve Maatregel Alcohol). Die kost je niet alleen drie vrije dagen, maar ook nog eens het cursusgeld van minimaal 750 euro.
Kortom: met alcohol op gaan rijden is een enorme gok. Het is spelen met je leven. En ook nog eens spelen met je duurbetaalde rijbewijs.
Dat is veel simpeler dan je zou denken. Het enige wat je hoeft te doen, is vooraf even een Bob regelen. Want Bob blijft nuchter en zorgt dat jij veilig thuis komt. En het mooie is: de volgende keer ben jij gewoon de Bob.
Het rijvaardigheidsonderzoek bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte. Naast educatie staat de kwaliteit van het rijgedrag tijdens het onderzoek voorop.
Als de rijvaardigheid en theoriekennis onvoldoende zijn, moet de kandidaat opnieuw een volledig examen doen. De kosten voor het onderzoek komen voor rekening van de overheid.